- Schoolinfo
- De Kei
- Het Kiezeltje
- 't Mulderke
- 't Graantje
Gem. Basisschool Kapelle o/d Bos
Oudstrijdersstraat 28
1880 Kapelle-op-den-Bos
Tel. 015/71.18.60
Fax. : 015/71.42.64
E-mail Directrice
Mvr. Magda Steegmans:
directie@gebaska.be
Tel. Vestigingsplaats De Kei :
015/28.47.51
Tel. Vestigingsplaats Het Kiezeltje :
015/71.18.60
Tel. Vestigingsplaats 't Mulderke :
015/71.24.08
Tel. Vestigingsplaats 't Graantje :
015/71.24.62

Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen
Artikel 1
De ouders ondertekenen het schoolreglement met inbegrip van de afsprakennota en het pedagogisch project van de school voor akkoord. Dit is een inschrijvingsvoorwaarde.
Het schoolreglement, met inbegrip van de afsprakennota, worden door de directeur voorafgaand aan elke inschrijving van de leerling schriftelijk of via elektronische drager aan de ouders ter beschikking gesteld. Wij elke wijziging van het schoolreglement informeert de directeur de ouders schriftelijk of via elektronische drager. De ouders verklaren zich opnieuw akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.
Ouders die erom vragen, kunnen steeds een papieren versie van het schoolreglement krijgen.
Artikel 2
Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.
Artikel 3
Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:
1° Aangetekend: met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs.
2° Afsprakennota: het geheel van concrete afspraken die de werking van de school regelen.
3° Directeur: de directeur van de school of zijn afgevaardigde.
4° Extra-murosactiviteiten: activiteiten van één of méér schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.
5° Klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.
6° Leefeenheid: leerlingen met ten minste één gemeenschappelijke ouder of ouders (dus broers, zussen, halfbroers en halfzussen - zelfs als ze niet op hetzelfde adres wonen) en leerlingen met eenzelfde hoofdverblijfplaats (kinderen die onder hetzelfde dak wonen, maar geen gemeenschappelijke ouders hebben).
7° Leerlingen: de personen die regelmatig zijn ingeschreven in de onderwijsinstelling.
8° Leerlingengroep: een aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt.
9° LOP: het lokaal overlegplatform.
10° Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben.
11° Pedagogisch project: het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat door een schoolbestuur voor een school en haar werking wordt bepaald.
12° School: het pedagogisch geheel, waar onderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van de directeur.
13° Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de sch(o)ol(en) van de gemeente (...) nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd.
Artikel 4
Inschrijving
§1 Nieuwe leerlingen
Behoudens andere richtlijnen, met name afspraken binnen het LOP, bepaalt de
directeur de periode waarin nieuwe inschrijvingen kunnen plaatsvinden.
§2 Leerlingen die tot dezelfde leefeenheid (broers en zussen, …)
behoren als een reeds ingeschreven leerling
Het schoolbestuur bepaalt het tijdstip waarop of de periode waarin
inschrijvingen van deze voorrangsgerechtigde leerlingen kunnen plaatsvinden.
Bijvoorbeeld tijdens de maand voorafgaand aan de inschrijvingsperiode voor
nieuwe leerlingen.
Het schoolbestuur bepaalt tevens de wijze waarop dit wordt bekendgemaakt aan de
ouders. Bijvoorbeeld in de afsprakennota bij de start van het schooljaar of
later via een brief van de directeur.
§3 Toelatingsvoorwaarden kleuteronderwijs
Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn.
Als een kleuter, op het moment van inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het gewoon basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdata:
§4 Toelatingsvoorwaarden lager onderwijs
1. Principe
Om toegelaten te worden in het lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar én ten minste aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
- het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest,
- voldoen aan een proef (taaltest) die de kennis van het Nederlands, nodig om het lager onderwijs aan te vatten, peilt. Het CLB waar de school een beleidscontract mee afgesloten heeft zal de proef afnemen en de resultaten aan de school meedelen;
-
beschikken over een bewijs dat de leerling het voorafgaande schooljaar onderwijs
heeft gevolg in een Nederlandstalige onderwijsinstelling uit een lidstaat van de
Nederlandse taalunie.
Afwijkingen op het principe:
1.
een leerling die een jaar te vroeg (wordt 5 jaar ten laatste op 31 december van
het lopende schooljaar) wordt ingeschreven, moet het voorafgaande schooljaar
ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende
Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste
185 halve dagen aanwezig zijn geweest.
2. Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.
De gewijzigde bepalingen van artikel 4 § 4 gelden voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2010-2011 of later.
2. Afwijkingen op de toelatingsvoorwaarden lager onderwijs
In het gewoon onderwijs kan een leerling die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar in het kleuteronderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) nemen de ouders hierover een beslissing.
Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.
Een leerling die vijf jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan in het lager onderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders hierover een beslissing.
In het gewoon onderwijs volgt een leerling normaal zes jaar, maar minimaal vier jaar en maximaal acht jaar, les in het lager onderwijs. Een leerling die vijftien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan geen lager onderwijs meer volgen.
Voor
toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van de klassenraad en een
advies van het CLB vereist.
Wanneer een leerling een deel van zijn schoolloopbaan in het gewoon onderwijs en
een ander deel in het buitengewoon onderwijs heeft doorgebracht, dan is de
mogelijke duur van het lager onderwijs maximaal 9 jaar.
§6 Schoolverandering
Elke schoolverandering tussen de eerste schooldag van september en de laatste schooldag van juni wordt door de directie van de nieuwe school schriftelijk meegedeeld aan de directie van de oorspronkelijke school. De mededeling gebeurt ofwel bij aangetekend schrijven of bij afgifte tegen ontvangstbewijs. Minstens één ouder en de directeur van de nieuwe school ondertekenen het document schoolverandering. De nieuwe inschrijving is rechtsgeldig de eerste schooldag na deze mededeling.
Bij schoolverandering deelt de school het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid van het lopende schooljaar mee aan de nieuwe school.
Artikel 5
Vastleggen van verschillende criteria
§1 Het schoolbestuur legt volgende zaken vast:
1. de maximumnormen inzake veiligheid, overschrijding van de capaciteit;
2. de relatieve aanwezigheid in de school op basis van de indicatoren;
3. de criteria inzake draagkracht van de school.
§2 De relatieve aanwezigheid in het werkingsgebied wordt bepaald door het bevoegde LOP.
§3 De hierboven vermelde zaken worden, voor zover deze voorhanden zijn, bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.
Artikel 6
Voorrangsgerechtigde leerlingen
§1 Elke leerling die tot dezelfde leefeenheid behoort als een reeds ingeschreven leerling heeft, bij voorrang op alle andere nieuwe leerlingen, een recht op inschrijving in de school.
§2 Aan de hand van officiële documenten wordt het bewijs geleverd van de hoofdverblijfplaats .
Artikel 7
Verloop van de procedure
§1 Geen inschrijving
De leerling kan niet worden ingeschreven zolang de ouders het schoolreglement, met inbegrip van het pedagogisch project en de afsprakennota niet voor akkoord hebben ondertekend.
§2 Inschrijving onder ontbindende voorwaarde.
Een leerling met attest buitengewoon onderwijs, uitgezonderd het attest type 8, kan ingeschreven worden onder de ontbindende voorwaarde van onvoldoende draagkracht binnen het schoolteam. In voorkomend geval zal het schoolteam de onvoldoende draagkracht aantonen na horen van ouders en CLB. Het schoolteam motiveert de beslissing binnen de vier werkdagen na het beëindigen van de periode nodig voor overleg. De leerling heeft tot de dag van de beslissing het statuut van ingeschreven leerling.
§3 Inschrijving onder opschortende voorwaarde
Een inschrijving in de loop van het voorafgaande schooljaar is mogelijk onder de opschortende voorwaarde dat de leerling op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet
§4 Definitieve inschrijving
Na ondertekening door de ouders van het schoolreglement, met
inbegrip van het pedagogisch project en de afsprakennota, wordt de leerling
definitief ingeschreven, voor zover de vastgelegde maximumnorm inzake capaciteit
niet wordt overschreden.
De ouders ondertekenen hiervoor het inschrijvingsregister en ontvangen hiervan
een schriftelijke bevestiging van de directeur.
§5 Weigering
Leerlingen die niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden dienen
geweigerd te worden. Zie hiervoor art. 4 §3
en § 4, art. 5 en art. 24 § 6.
De ouders ondertekenen hiervoor het aanmeldingsregister en ontvangen hiervan een
schriftelijke bevestiging van de directeur.
De gemotiveerde weigeringsbeslissing wordt binnen de vier kalenderdagen
meegedeeld aan de ouders door middel van een aangetekend schrijven of tegen
afgiftebewijs.
De ouders kunnen een mondelinge toelichting van de beslissing vragen aan de
directeur.
Elke belanghebbende kan, binnen de 30 kalenderdagen na de vastgestelde feiten,
een schriftelijke klacht bij de Commissie inzake Leerlingenrechten indienen
tegen de weigeringsbeslissing. Deze Commissie doet uitspraak binnen de vijf
kalenderdagen.
Artikel 8
Afwezigheden
Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid essentieel voor een succesvolle schoolcarrière.
§1 Kleuteronderwijs
Afwezigheden van niet-leerplichtige kinderen moeten niet worden gewettigd door
medische attesten. Afwezigheden worden telefonisch of schriftelijk meegedeeld
aan de directeur. Voor een leerplichtige leerling die nog een jaar in het
kleuteronderwijs doorbrengt, gelden de regels van het lager onderwijs.
§2 Lager onderwijs
1°
Afwezigheid wegens ziekte:
Bij een afwezigheid wegens ziekte van maximaal drie opeenvolgende kalenderdagen
bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende
verklaring. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de
reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum. Indien
tijdens het schooljaar reeds vier maal van deze mogelijkheid gebruik werd
gemaakt, is een medisch attest vereist.
Bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen
is steeds een medisch attest verplicht.
2° Afwezigheid van rechtswege:
Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de
directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel
document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden
van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:
1. het bijwonen van een familieraad;
2. het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;
3. de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
4. het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
5. de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
6. het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling.
7. het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging als topsportbelofte (voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek) aan sportieve manifestaties. Maximaal 10 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.
3° Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:
Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de
ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een
officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de
klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke
einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:
1. het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad (het betreft hier niet de dag van de begrafenis);
2. het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging aan culturele en/of sportieve manifestaties. Deze afwezigheid kan maximaal tien al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen;
3.
in echt uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen
voor maximaal vier al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.
4°
Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:
In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van
binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en
woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun
verplaatsingen.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en
aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een
overeenkomst tussen de directeur en de ouders.
5°
Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek mits
toestemming van de directie:
Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes
lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor
de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen
bevat:
1. een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
2. een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
3. een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
4. een akkoord van de directie.
6° Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden:
a) de afwezigheid omwille van revalidatie na ziekte of ongeval, en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.
Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat minstens de volgende elementen bevat:
1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
2) een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
3) een advies, geformuleerd door het CLB, na overleg met de klassenraad en de ouders.
4) een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeldt in het medisch attest, niet kan overschrijden;
Uitzonderlijk kunnen de 150 minuten overschreden worden, mits gunstig advies van de arts van het CLB, in overleg met de klassenraad en de ouders.
b) de afwezigheid gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen voor de behandeling van een stoornis die is vastgelegd in een officiële diagnose.
Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:
1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
2) een advies, geformuleerd door het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders.
3) een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker
4) een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 3);
In uitzonderlijke omstandigheden en mits gunstig advies van het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders, kan de maximumduur van 150 minuten voor leerplichtige kleuters uitgebreid worden tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen.
Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.
§3 De ouders melden de vermelde afwezigheden indien mogelijk ook telefonisch aan de directeur.
§4 Problematische afwezigheden
Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals
beschreven onder §2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als
problematische afwezigheden. Ook afwezigheden gewettigd door een twijfelachtig
medisch attest, met name de ‘dixit’ attesten, geantidateerde attesten en
attesten die een niet medische reden vermelden, worden als problematische
afwezigheden beschouwd.
In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen. Vanaf meer dan tien halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB, dat kan voorzien in begeleiding voor de betrokken leerling in samenwerking met de school.
Artikel 9
Te laat komen
§1 Leerlingen moeten tijdig aanwezig zijn.
Een leerling die toch te laat komt, begeeft zich zo spoedig mogelijk naar de
klasgroep. De ouders worden bij herhaaldelijk te laat komen van hun kind
gecontacteerd door de directie/leerkracht. Ze maken hierover afspraken.
§2 In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor het einduur verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.
Artikel 10
Overmacht
§1 De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep
worden geschorst wegens overmacht.
Hieronder verstaat men een onvoorziene niet-toerekenbare plotselinge gebeurtenis
die het onmogelijk maakt om de lessen te laten doorgaan.
§2 De directeur brengt de ouders hiervan, voor zover mogelijk, schriftelijk op de hoogte.
Artikel 11
Pedagogische studiedagen
§1 De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep maximum anderhalve dag per schooljaar worden geschorst voor het houden van pedagogische studiedagen voor de leraars.
§2 Deze studiedagen worden bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.
Artikel 12
Staking
§1 In geval van staking zal het schoolbestuur zorgen voor het nodige
toezicht op de leerlingen.
Enkel indien het niet mogelijk is om in voldoende toezicht te voorzien, zullen
de lessen worden geschorst.
§2 De directeur brengt de ouders schriftelijk op de hoogte van de maatregelen die zullen worden genomen.
Artikel 13
Verkiezingen
§1 De lessen kunnen maximum één dag per schooljaar worden geschorst wanneer de lokalen naar aanleiding van de verkiezingen zijn gebruikt voor het inrichten van stemopnemingsbureaus.
§2 De directeur brengt de ouders hiervan schriftelijk op de hoogte.
Artikel 14
§1 Het onderwijs aan huis is kosteloos.
§2 Een kind dat ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar wordt of ouder is dan vijf, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:
1. de leerling is meer dan eenentwintig opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval, of de leerling is chronisch ziek en is negen halve dagen afwezig;
2. de ouders dienen een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, in bij de directeur. Uit het medisch attest blijkt dat de leerling de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen;
3. de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste tien kilometer.
§3 De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis gebeurt door de ouders, bij brief of op het daartoe voorziene aanvraagformulier. Bij de aanvraag voegen de ouders een medisch attest waarop wordt vermeld:
1. dat het kind langer dan eenentwintig kalenderdagen afwezig is wegens ziekte of ongeval;
2. de vermoedelijke duur van de afwezigheid;
3. dat het kind de school niet kan bezoeken, maar toch onderwijs aan huis mag volgen.
4. Bij chronisch zieke kinderen volstaat een medisch attest van een geneesheer-specialist met de verklaring dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte en dat de behandeling minstens zes maanden zal duren.
§4 Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis verstrekken.
Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis voor vier lestijden mogelijk telkens het kind negen halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was.
§5 Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.
Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders.
§6 Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de school hervatten, maar binnen een termijn van drie maand opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd volgens de procedure beschreven in §3, 2e en 3e punt.
§7 De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.
Artikel 15
Schoolagenda
In de kleutergroep en in de jongste (twee) leerlingengroep(en) van het lager
onderwijs hebben de leerlingen een heen-en-weerschrift.
Vanaf de tweede (derde) leerlingengroep van het lager onderwijs krijgen de
leerlingen een schoolagenda. Hierin worden de taken van de leerlingen en
mededelingen voor ouders dagelijks genoteerd.
De ouders en de groepsleraar ondertekenen minstens wekelijks de schoolagenda
of het heen-en-weerschrift.
Artikel 16
Huiswerk
De huiswerken worden genoteerd in het heen-en-weerschrift of de schoolagenda. Indien een leerling zijn huiswerk vergeet, kan de groepsleraar de nodige maatregelen nemen.
Artikel 17
Rapport
Een synthese van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt, in de loop van het schooljaar, ondertekend terugbezorgd aan de groepsleraar.
Artikel 18
Zittenblijven
§1 Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:
1. de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en het CLB
2. het volgen van een achtste leerjaar lager onderwijs, mits gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB.
§2 In alle andere gevallen neemt de school de eindbeslissing inzake het al dan niet zittenblijven van de leerling, op basis van een gemotiveerde beslissing van de klassenraad.
Artikel 19
Het schoolbestuur kan een getuigschrift basisonderwijs, op
voordracht en na beslissing van de klassenraad, uitreiken.
Het getuigschrift wordt ondertekend door de voorzitter en ten minste de
helft van de leden van de klassenraad, de voorzitter van het schoolbestuur
en de houd(st)er.
Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende
schooljaar, tenzij na een beroepsprocedure.
Artikel 20
De regelmatige leerling ontvangt het getuigschrift basisonderwijs indien uit
het leerlingendossier blijkt dat de betrokkene bij het voltooien van het
lager onderwijs de doelen opgenomen in het leerplan in voldoende mate heeft
bereikt.
Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert hij zijn
beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het schoolbestuur dit
uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend mee aan de
ouders.
Artikel 21
Beroepsprocedure
§1 Indien aan de
leerling het getuigschrift basisonderwijs niet wordt toegekend, kunnen de
ouders uiterlijk op de derde werkdag na ontvangst van de schriftelijke
kennisgeving, hun bezwaren kenbaar maken tijdens een persoonlijk onderhoud
met de directeur.
Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat de betrokkenen tekenen voor
kennisneming.
Indien de ouders ofwel schriftelijk aan het einde van het onderhoud, ofwel
aangetekend uiterlijk binnen de twee werkdagen na het onderhoud, aan de
directeur meedelen dat zij hun bezwaren handhaven, kan de directeur de
klassenraad onmiddellijk opnieuw samenroepen en wordt de betwiste beslissing
opnieuw overwogen.
Indien de klassenraad zijn oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt zij
opnieuw gemotiveerd en onmiddellijk door het schoolbestuur aangetekend
meegedeeld aan de ouders.
Indien de directeur de klassenraad niet bijeenroept op grond van de
aangebrachte bezwaren, motiveert hij zijn beslissing en deelt het
schoolbestuur deze onmiddellijk aangetekend mee aan de ouders.
§2 Uiterlijk vijf
werkdagen na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving van de beslissing
van de directeur of van de nieuwe beslissing van de klassenraad, kunnen de
ouders aangetekend een beroep instellen bij de daartoe ingerichte
beroepscommissie.
Deze beroepscommissie wordt aangesteld door het schoolbestuur.
De
beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van
het beroep.
De beroepscommissie onderzoekt de klacht op grond van de gevolgde procedure
en de ingebrachte motieven en bezwaren. Hiertoe leggen het schoolbestuur en
de ouders onverwijld elk stuk voor dat zij opvraagt.
Na beraadslaging geeft de beroepscommissie een gemotiveerd advies dat
onmiddellijk aangetekend wordt verstuurd naar het schoolbestuur en de
ouders.
§3 Binnen de vijf werkdagen na kennisname van het advies roept het
schoolbestuur de klassenraad samen.
Indien de klassenraad zijn oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt zij
opnieuw gemotiveerd en onmiddellijk door het schoolbestuur aangetekend
meegedeeld aan de ouders.
Dit schrijven vermeldt dat deze beslissing van de klassenraad voor de Raad
van State kan worden aangevochten.
§4 Indien de klassenraad gedurende de beroepsprocedure zijn oorspronkelijke beslissing herziet om het getuigschrift basisonderwijs alsnog toe te kennen, motiveert hij zijn nieuwe beslissing.
§5 De ouders kunnen zich
gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid van de school zijn.
§6 De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van 11 juli.
Artikel 22
Leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen, krijgen van de directeur een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs.
Artikel 23
Ordemaatregelen
§1 Indien een leerling door zijn gedrag de goede orde in de school in het gedrang brengt, kan een ordemaatregel worden genomen.
§2 Gewone ordemaatregelen kunnen o.m. zijn:
1. een mondelinge opmerking;
2. een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;
3.
een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien.
Deze opsomming sluit niet uit dat een meer aan het specifiek laakbaar gedrag
van de leerling aangepaste maatregel wordt genomen.
Deze ordemaatregelen kunnen worden genomen door de directeur of elk
personeelslid van de school met een kindgebonden opdracht.
§3 Verdergaande ordemaatregelen kunnen zijn:
1. een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling, de directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien;
2. de groepsleraar en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt ondertekend voor kennisname;
3. een afzondering uit de klas, bij beslissing van de directeur, onder toezicht en voor maximum één dag. Dit wordt via de schoolagenda of het heen-en-weerschrift meegedeeld aan de ouders.
§4 Indien vermelde
ordemaatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel
begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de
directeur.
Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden
en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de groepsleraar en de directeur.
Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de
ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord.
Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan
de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.
§5 De directeur kan een leerling preventief schorsen telkens voor maximum vijf opeenvolgende schooldagen in afwachting van een tuchtmaatregel. De directeur moet vooraf het advies inwinnen van de klassenraad en de leerling en de ouders horen. De beslissing van de directeur moet met redenen zijn omkleed. Ten laatste de werkdag volgend op het nemen van de beslissing wordt deze aangetekend aan de ouders meegedeeld. Ingeval van preventieve schorsing wordt de leerling verwijderd uit de leerlingengroep waartoe hij behoort. Hij moet op de school aanwezig zijn onder toezicht.
§6 Tegen geen enkele ordemaatregel is er beroep mogelijk.
Artikel 24
Tuchtmaatregelen voor leerlingen van het lager onderwijs
§1 Het laakbaar gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.
§2 Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien het gedrag van de leerling:
1. het ordentelijk verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
2. de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
3. ernstige of wettelijk strafbare feiten uitmaakt;
4. niet overeenstemt met het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
5. de naam van de instelling of de waardigheid van het personeel aantast;
6. de instelling materiële schade toebrengt.
§3 Tuchtmaatregelen zijn:
1.
de schorsing.
Een schorsing betekent dat een leerling gedurende een bepaalde periode (meer dan
één dag en maximum twintig schooldagen binnen één schooljaar) de lessen niet mag
volgen in de leerlingengroep waartoe hij behoort. Hij moet wel op school
aanwezig zijn onder toezicht.
2.
de uitsluiting.
Uitsluiting betekent dat de leerling definitief uit de school wordt verwijderd.
De uitsluiting gaat in vanaf het moment dat de leerling in een andere school is
ingeschreven, uiterlijk één maand (vakantieperioden niet inbegrepen) na
schriftelijke kennisgeving. In afwachting bevindt de betrokken leerling zich in
dezelfde toestand als een geschorste leerling.
§4 Zowel schorsing als uitsluiting kunnen slechts nadat de tuchtprocedure werd gevolgd.
§5 Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elke leerling moet afzonderlijk worden behandeld.
§6 Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.
Artikel 25
Tuchtprocedure
§1 Tuchtmaatregelen worden genomen door de directeur.
§2 Hij volgt daarbij volgende procedure:
1° Hij vraagt
advies aan de klassenraad die het tuchtdossier beoordeelt.
De klassenraad stelt een gemotiveerd advies op.
Indien de klassenraad adviseert om de leerling te schorsen of uit te sluiten,
deelt de directeur aan de ouders mee dat een tuchtprocedure wordt ingezet.
Deze beslissing en het gemotiveerd advies worden binnen de drie werkdagen na de
bijeenkomst van de klassenraad aangetekend verstuurd aan de ouders.
In dit schrijven worden zij opgeroepen tot een onderhoud met de directeur over
de vastgestelde feiten en de voorgestelde maatregel.
2° De ouders
en de leerling kunnen vóór het onderhoud kennis nemen van het tuchtdossier in
het bureau van de directeur na afspraak.
Het onderhoud moet uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de kennisgeving
plaatsvinden.
Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat wordt ondertekend voor
kennisneming.
3° Het onderhoud tussen directeur, de ouders en de leerling en gebeurt enkel op basis van elementen uit het tuchtdossier. Bij de uiteindelijke beslissing kan geen rekening worden gehouden met gegevens die niet vooraf zijn bekendgemaakt en/of die geen deel uitmaken van het tuchtdossier.
4° Na dit onderhoud neemt de directeur een gemotiveerde beslissing omtrent de tuchtmaatregel die aangetekend, binnen de drie werkdagen na het onderhoud meegedeeld wordt aan de ouders.
5° Tegen deze beslissing kan aangetekend beroep worden ingesteld bij het college van burgemeester en schepenen binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de mededeling. Binnen de tien werkdagen na het instellen van het beroep wordt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen aangetekend aan de ouders meegedeeld. Dit schrijven vermeldt dat de beslissing voor de Raad van State kan worden aangevochten.
§3 De tuchtmaatregel gaat in daags nadat de termijn om beroep aan te tekenen is verstreken of daags na de uitspraak van het college van burgemeester en schepenen.
§4 Bij een definitieve
uitsluiting kunnen de ouders, bij het zoeken naar een andere school, worden
bijgestaan door de directeur of door het CLB.
Het tuchtdossier kan niet worden overgedragen aan een andere school.
§5 Tijdens de procedure kunnen
de ouders zich laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid van de school zijn.
Artikel 26
Tuchtdossier
§1 Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.
§2 Het tuchtdossier omvat een opsomming van:
1. de gedragingen zoals omschreven in artikel 24, §2;
2. de reeds genomen ordemaatregelen;
3. de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;
4. de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;
5. het gemotiveerd advies van de klassenraad;
6. het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.
Artikel 27
§1 De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelingsdoelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.
§2 Om de bijdragen van de ouders inzake niet-eindtermgebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.
§3 Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg in de schoolraad.
§4 De school zal in geval van dergelijke ondersteuning louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.
§5 De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:
1° Deze mededelingen kennelijk verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school.
2° Deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.
§6 In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.
Artikel 28
§1 Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect
inschrijvingsgeld.
Het schoolbestuur vraagt evenmin een bijdrage voor onderwijsgebonden kosten
die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel
na te streven. De school houdt zich aan de lijst van materialen van het
ministerie van onderwijs.
§2 Het schoolbestuur kan een
bijdrage vragen voor onderwijsgebonden kosten, gemaakt tijdens de normale
aanwezigheid van de leerlingen, wanneer deze niet noodzakelijk zijn om een
eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven, maar tot doel
hebben deze te verlevendigen.
Volgende bijdragen kunnen van de leerlingen worden gevraagd na
onderhandeling in de schoolraad:
1. de toegangsprijs voor het zwembad, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de toegangsprijs door de Vlaamse Gemeenschap wordt gedragen;
2. de toegangsprijs bij pedagogisch-didactische uitstappen;
3. de deelnamekosten bij eendaagse extra-murosactiviteiten;
4. de kosten bij projecten;
5. de kosten van gemeenschappelijk vervoer bij pedagogisch-didactische uitstappen, eendaagse extra-murosactiviteiten en zwemmen, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de vervoerkosten naar het zwembad door de Vlaamse Gemeenschap worden gedragen;
6. de aankoopprijs van turn- en zwemkledij;
7. de kosten bij feestactiviteiten;
8. occasionele activiteiten
9. …
Het totaal van de bijdragen kan per schooljaar per kleuter maximaal 20 euro en voor elke leerling lager onderwijs maximaal 60 euro bedragen. De bedragen zijn onderworpen aan een indexregeling vanaf schooljaar 2012-2013.
§3 Meerdaagse extra murosactiviteiten.
Zowel het principe van het inrichten van meerdaagse extra murosactiviteiten als de bijdrage van de ouders hiervoor is voorwerp van onderhandeling in de schoolraad.
Dergelijke activiteiten zijn niet toegestaan in het kleuteronderwijs als er een financiële bijdrage van de ouders wordt gevraagd.
In het lager onderwijs mag de totale kostprijs over de ganse duur van het lager niet meer dan 360 euro bedragen. Dit bedrag is onderworpen aan een indexregeling vanaf schooljaar 2012-2013.
§4 Persoonlijke uitgaven zijn
facultatief en vallen ten laste van de gebruiker.
Het kan gaan om uitgaven voor:
1. leerlingenvervoer;
2. vervoer en deelname aan buitenschoolse activiteiten (o.a. Stichting Vlaamse Schoolsport);
3. voor- en naschoolse opvang;
4. middagtoezicht;
5. maaltijden en dranken;
6. abonnementen voor tijdschriften;
7. nieuwjaarsbrieven;
8. klasfoto’s;
9. steunacties.
§5 Het schoolbestuur bepaalt jaarlijks of wanneer de noodzaak zich voordoet, na overleg in de schoolraad:
1. het maximumbedrag van de leerlingenbijdragen voor onderwijsgebonden kosten;
2. de tarieven van de vaste uitgaven;
3. de modaliteiten en de periodiciteit van betaling.
Deze informatie wordt bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.
§6 Het schoolbestuur kan in uitzonderlijke omstandigheden, na advies van de directeur en in samenspraak met de ouders, een van de volgende afwijkingen op de leerlingenbijdragen toestaan:
1. spreiding van betaling;
2. uitstel van betaling;
3. ...
§7 In geval van vragen en problemen omtrent de bijdrageregeling richt men zich tot de directeur.
Artikel 29
De leerlingenraad wordt via verkiezingen samengesteld.
OF … (alternatieven zijn mogelijk)
Artikel 30
Het is verboden te roken binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten.
Bij overtreding van deze bepaling
- zal de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement;
zullen ouders en/of bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten.
Artikel 31
Algemeen
Het schoolbestuur leeft de verplichtingen na die voortvloeien uit de privacywetgeving.
Artikel 32
Gebruik van verborgen camera’s
De school gebruikt geen verborgen camera’s, tenzij met het oog op het vastleggen
van feiten of handelingen die schade toebrengen aan personen of zaken binnen de
instelling.
Er moeten ernstige en gestaafde vermoedens bestaan omtrent deze feiten en
handelingen.
Het moet gaan om feiten en handelingen die niet op een andere wijze kunnen
worden vastgesteld.
Artikel 33
Meedelen van leerlingengegevens aan derden
De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling.
Artikel 34
Afbeeldingen van personen
Voor de publicatie van zowel geposeerde (gerichte) als niet-geposeerde, spontane afbeeldingen van leerlingen wordt aan de ouders expleciet een schriftelijke toestemming gevraagd.
Artikel 35
§1 Het schoolbestuur heeft zowel een preventieadviseur psycho-sociale belasting als een vertrouwenspersoon aangesteld die bevoegd zijn voor het ontvangen en opvolgen van klachten over grensoverschrijdend gedrag binnen de school.
§2 Hun namen en functies worden bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.
Artikel 36
§1 Van iedere leerling wordt een multidisciplinair dossier aangelegd bij
het begeleidend CLB.
Dit dossier bevat alle voorhanden zijnde relevante persoonlijke gegevens m.b.t.
de leerling.
§2 Het CLB is verplicht leerlingen en ouders te informeren over de eventuele overdracht van het multidisciplinair CLB-dossier in geval van schoolverandering.
§3 In geval van schoolverandering in de loop van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 10 dagen, die begint te lopen vanaf de inschrijving in de nieuwe school.
§4 In geval van inschrijving bij de start van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 10 dagen, die begint te lopen vanaf 1 september van het nieuwe schooljaar.
§5 De betrokken ouders of de leerling ouder dan 12 jaar jaar of ouder waarvan vermoed wordt dat hij in staat is tot een redelijke beoordeling van zijn belangen, kunnen door middel van een aangetekend schrijven bij de directeur van het CLB ofwel afzien van de wachttijd om de overdracht te bespoedigen, ofwel binnen de 10 dagen na inschrijving in de nieuwe school verzet aantekenen tegen deze overdracht.
§6 In geval van verzet zal het CLB enkel de verplicht over te dragen
gegevens verzenden naar het nieuwe CLB, met name de medische gegevens en de
gegevens m.b.t. de leerplichtcontrole, samen met een kopie van het verzet.
Het CLB bewaart de gegevens waartegen verzet werd aangetekend tot 10 jaar na het
laatste contact.
Artikel 37
Voor de deelname aan extra-murosactiviteiten geven de ouders expliciet een schriftelijke toestemming. Het streefdoel is dat alle leerlingen deelnemen aan deze activiteiten, aangezien ze deel uitmaken van het leer programma. In geval van niet-deelname moet de betrokken leerling op de school aanwezig zijn.
Activiteiten die volledig buiten de schooluren vallen, vallen hier niet onder, bijvoorbeeld een sportactiviteit op woensdagnamiddag of tijdens vakanties.
Artikel 38
§1 Bij elke inschrijving van hun leerplichtig kind in het lager onderwijs beslissen de ouders, bij ondertekende verklaring:
1. dat hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten volgt;
2. dat hun kind een cursus niet-confessionele zedenleer volgt.
Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer, kunnen op aanvraag een vrijstelling bekomen.
De ouders zijn verplicht deze keuze te maken bij de eerste inschrijving in
de school. Deze verklaring wordt binnen de 8 kalenderdagen, te rekenen vanaf
de dag van inschrijving in de school of vanaf 1 september, afgegeven aan de
directeur.
De ouders kunnen bij het begin van elk schooljaar , binnen de 8
kalenderdagen, hun keuze wijzigen.
§ 2 In de kleuterschool wordt geen godsdienst-zedenleer keuze gemaakt
tenzij voor die kleuters die
verplicht één jaar langer in het kleuteronderwijs verblijven
omdat ze niet aan alle toelatingsvoorwaarden lager onderwijs voldoen. De
ouders kunnen in dit geval een keuze godsdienst of zedenleer maken. Ze
kunnen hun kleuter deze lessen laten bijwonen in onze lagere school (of in
school….).
Artikel 39
Leerlingen met een handicap die gewoon lager onderwijs volgen, maar omwille
van hun handicap bepaalde leergebieden of onderdelen ervan niet kunnen
volgen, kunnen daarvoor een vrijstelling krijgen indien zij vervangende
activiteiten volgen.
De klassenraad beslist, in overleg met het integratieteam, autonoom over de
vervangende lessen en activiteiten.
Artikel 40
§1 Elke ouder kan naar aanleiding van schoolgerelateerde beslissingen
of feiten een klacht indienen bij de directeur, op voorwaarde dat er geen
specifieke klachtenprocedure is voorzien.
Deze klacht wordt schriftelijk en op gemotiveerde wijze ingediend uiterlijk
binnen de zeven kalenderdagen na kennisneming van de beslissingen of feiten.
De directeur doet een schriftelijke ontvangstmelding van de klacht binnen de
tien kalenderdagen na ontvangst.
§2 Vooraleer verder te gaan met de procedure onderneemt de directeur
een bemiddelingspoging met alle betrokkenen. Deze bemiddeling kan bestaan
uit een overleg tussen de betrokken ouder(s) en de bevoegde perso(o)n(en),
al dan niet in aanwezigheid van de directeur.
Als dit overleg niets oplevert, stuurt de directeur de klacht door naar het
schoolbestuur. Hij doet dit binnen de tien kalenderdagen na de ontvangst van
de klacht.
§3 Het schoolbestuur kan het dossier opvragen en/of inlichtingen
inwinnen (indien niet in eigen bezit) bij de betrokken school binnen de tien
dagen na ontvangst van de klacht.
Het schoolbestuur maakt hiervan in voorkomend geval melding aan de betrokken
ouder(s).
§4 Het schoolbestuur behandelt de klacht niet indien de klacht
kennelijk ongegrond is of de ouder geen belang heeft.
Als de klacht niet in behandeling wordt genomen, wordt de ouder daarvan
onverwijld schriftelijk in kennis gesteld. De weigering om een klacht te
behandelen, wordt gemotiveerd.
§5 Het schoolbestuur neemt na onderzoek een gemotiveerde beslissing.
Deze beslissing wordt binnen de tien kalenderdagen schriftelijk meegedeeld
aan de betrokkenen.
Desgevallend doet het schoolbestuur betekening van het besluit waarbij de
oorspronkelijke beslissing wordt ingetrokken of hervormd. Deze betekening
gebeurt binnen de tien dagen na het nemen ervan.
§6 Indien de behandeling van de klacht meerdere weken of maanden in beslag neemt, informeert de directeur regelmatig de betrokken ouder(s) over de stand van het dossier, en dit minstens om de drie maanden.
§7 De klachtenprocedure schorst de beslissingen waartegen klacht wordt ingediend niet op.
Artikel 41
§ 1 Oudercontacten
De ouder(s) woont (wonen)de oudercontacten bij.
De school organiseert daartoe op geregelde tijdstippen oudercontacten. De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen.
Via de afsprakennota (infobrochure) vernemen de ouders hoe dit in de praktijk in zijn werk gaat.
§ 2 Voldoende aanwezigheid
De ouders sturen hun kind elke schooldag en op tijd naar school, dit verhoogt de kansen op schoolse successen. Zij respecteren de afspraken zoals die opgenomen zijn in dit artikel en de artikelen acht en negen hierboven.
De voldoende aanwezigheid speelt een rol in het toekennen van de schooltoelage.
In het geval een kind problematisch (ongewettigd) afwezig is, zal de school contact opnemen met de ouders
Indien het kind tien of meer halve dagen ongewettigd afwezig is, moet de school het CLB inschakelen.
§3 Deelnemen aan individuele begeleiding
Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorgbeleid.
De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.
§4 Nederlands is de onderwijstaal van de school
Ouders moedigen hun kinderen aan om Nederlands te leren.
Artikel 42
§ 1 De school[1] dient uit eigen beweging geen medicatie toe. Bij ziekte zal ze in de eerste plaats een ouder of een door u opgegeven contactpersoon trachten te bereiken. Indien dit niet lukt en afhankelijk van de hoogdringendheid, zal de school de eigen huisarts, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten contacteren.
§ 2 De ouders kunnen de school verzoeken om medicatie toe te dienen.
De school kan weigeren om medicatie toe te dienen, tenzij:
In noodzakelijke gevallen
ouders doen dit schriftelijk op de invulfiche met vermelding van:
- de naam van het kind
- de datum
- de naam van het medicament
- de dosering
- de wijze van bewaren
- de wijze van toediening
- de frequentie
- de duur van de behandeling
3. In overleg met de CLB arts kan het personeelslid van de school alsnog weigeren medicatie toe te dienen. In onderling overleg tussen de school, het CLB en de ouders wordt naar een passende oplossing gezocht.
Artikel 43
Meer
specifieke regels en afspraken worden na overleg in de schoolraad opgenomen in
de afsprakennota van de school.
Deze regels en afspraken maken integraal deel uit van het schoolreglement.